Home

Pauline Krikke nieuwe voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden

Pauline Krikke nieuwe voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden

Pauline Krikke is door staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) benoemd als voorzitter van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA). De benoeming geldt voor vier jaar. Pauline Krikke is de opvolger van de begin dit jaar overleden Frauke Ohl. 

 

In het verleden was Pauline Krikke (55) onder meer burgemeester van Arnhem (2001 tot 2013) en wethouder van Amsterdam (1996-2001). In 2015 werd ze lid van de Eerste Kamer namens de VVD. Ook is Krikke momenteel actief als consultant en toezichthouder voor de overheid en het bedrijfsleven. Deze functies zal zij combineren met het voorzitterschap van de RDA. De bestuurlijke ervaring speelde een belangrijke rol bij de benoeming van de nieuwe RDA-voorzitter.

 

De Raad voor Dierenaangelegenheden is een onafhankelijk overlegorgaan van maximaal vijftig deskundigen. De raad geeft het kabinet – gevraagd en ongevraagd – aanbevelingen op het gebied van dierenwelzijn, diergezondheid en ethische vraagstukken. De afgelopen tijd heeft de RDA zich onder meer gebogen over regulering van het aantal zwerfkatten en vermindering van het antibioticagebruik in de veehouderij. Momenteel werkt de RDA op verzoek van staatssecretaris Van Dam aan zienswijzen over paardenmarkten en het houden van potentieel gevaarlijke honden.

Doel en activiteiten van de raad

De Raad voor dierenaangelegenheden (RDA) is een onafhankelijke raad van deskundigen die de staatssecretaris van Economische Zaken gevraagd en ongevraagd adviseert over multidisciplinaire vraagstukken op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid.

 

De RDA bestaat op dit moment uit circa veertig deskundigen met zeer uiteenlopende achtergrond en deskundigheid, die er op persoonlijke titel en zonder last of ruggespraak zitting in hebben.

 

De RDA behandelt vraagstukken over de volle breedte van het dierbeleid: over gehouden en niet-gehouden, dus ‘in het wild levende’  dieren, over hobbydieren, over gezelschapsdieren, en over productie- en proefdieren.

 

De raad legt het resultaat van zijn beraadslagingen neer in een zogenaamde zienswijze. Die geeft een overzicht van wetenschappelijke en maatschappelijke achtergronden van een vraagstuk, en adviseert over beleidsrichtingen en oplossingsrichtingen voor mogelijke dilemma’s. Consensus is niet noodzakelijk: een zienswijze van de raad kan minderheidsstandpunten bevatten.